Hier staan de berichtjes die May aan onze trouwe achterban, familieleden,
vrienden, sponsors en trouwe berichtschrijvers heeft gestuurd.
De reacties hierop waren zéér positief en hartverwarmend. Daarom
wil ik deze berichtjes hier graag in mijn dagboek plaatsen.
eerste mail:
Hallo beste mailers, smsers, bellers, kaarsjesbranders
en mensen die ons iets mee op reis hebben gegeven in de vorm van
lieve brieven of kaartjes (eventueel verstopt in een camperkastje),
mooie teksten, spreuken gedichten of gedachten uit andermans werk,
hulp in de vorm van een ‘engeltjes’, Christoffel, St Juan (spreek
uit Goewan), schelpen, t-shits, donoren, kortom iedereen die een
stukje met ons op weg is in ieder geval na de eerste dag ‘in gedachten’.
Langzaam komen we uit de kinderziektes van de tocht. Dat wil zeggen
er komt een zeker ‘ritme’ in ons bestaan. Angel vertrekt vroeg
in de ochtend, de ene keer wat vroeger dan de andere, in de loop
van de dag ontmoeten we elkaar meestal 1 een enkele keer twee
keer. Daarbij geholpen of (een beetje) in de steek gelaten door
alle technische aparatuur die we bij ons hebben, GSM (valt af
en toe uit) telefoon, (shit alweer te laat, dus opgehangen) maar
tot nu toe hebben we elkaar nog altijd terug gevonden aan het
einde van de (ingekorte) route. Dat geeft de burger (reizigers)
moed. ’s Avonds ouderwets kaart lezen en een rijtje plaatsnamen
noteren, ‘führ alle Fälle”
Even wat technische details; ik ben bang dat het aantal foto’s
dat Angel gaat maken deze keer echt alle recorden gaat breken.
Er is zo verschrikkelijk veel te zien, bijvoorbeeld in de streek
waar we doorkwamen, van huis tot huis (haast) Mariakappelletjes
ter grootte van mezenkastjes, soms voorzien van verlichting ,
waarbij de ‘peer’ soms groter was dan de complete Maria. Verder
de komende lente (kastanje en andere knoppen), die nog niet uitbundig
wil doorbreken, het is gewoon nog te koud, ondanks het feit dat
het zonnetje al heel goed haar best doet. De twee hagelbuien van
vandaag zijn daarbij ‘peanuts’. Ook de ‘tractorkrik’ van onze
technische vrienden werkt geweldig, zodat het bedje iedere morgen
centimeter voor centimeter tegen het dak wordt getakeld. (wat
een vondst)
Angelo komt ook al een beetje in conditie. Over zijn longen hoor
ik hem niet meer (gelukkig), af en toe wat gemompel over zijn
knieholte en even over een dreigende bleodblaar. (nou zeg peanuts
2)
We hebben al geslapen in een echt bed (visé 4 ****) voor een kasteel
met aan de andere kant uitzicht op een kerkhof, op het erf van
een aardige (weliswaar dronken) boer, op de parkeerplaats van
een sportcomplex/school en nu op de parkeerplaats. Het zigeunerbloed
begint te stromen!!!
Zoals gezegd langzaam verdwijnt de ‘oude tredmolen’ uit onze koppen
en langzaam begint het gevoel van ‘genieten’ de overhand te krijgen
nu we merken dat op een of andere manier de dag vanzelf ten einde
gaat. Dat jullie nog steeds aan ons denken merken we uit de vele
(soms ronduit ondeugende) mails die we krijgen, bijvoorbeeld ter
ere van Angelo’s verjaardag. En dan is het onontkoombaar dat we
ook even aan thuis denken, maar niet te lang want dan zijn we
weer ‘en route’
A bientot (zonder hoedje want dat kan ik even niet vinden (peanuts
3) )
Angelo en May.
Tweede mail
voor ‘intimie’, zoals daar zijn: mailers, smsers, bellers, kaarsjesbranders
en mensen die ons iets mee op reis hebben gegeven in de vorm van
lieve brieven of kaartjes (eventueel verstopt in een camperkastje),
mooie teksten, spreuken gedichten of gedachten uit andermans werk,
hulp in de vorm van een ‘engeltjes’, Christoffel, St Juan (spreek
uit Goewan), schelpen, t-shits, donoren, kortom iedereen die een
stukje met ons op weg is in ieder geval na de eerste dag ‘in gedachten’.
Gisteren is er iets mis gegaan met de mailadressen, dus een aantal
van jullie heeft mail 1 niet ontvangen en valt daarvoor meteen
in mail 2. (zonder mail 1 gaat het leven ook verder hoor)
Langzaam beginnen we van België te houden, van zijn gezellige,
rommelige (of is het creatieve) dorpen, zijn glooiende landschap
(boomgaarden, bossen) en hoogvlaktes (gure wind!) zijn streekproducten,
‘Leffe’, blond of brune, of de meer plaatselijke brouwsels ; ‘Silly
(naam dorp) Scotsch (??)’ plaatselijke concurent van eerder genoems
geestrijk vocht. Morgen een paar ‘pateekes’ proeven van de plaatselijke
slager of butcherie al naar gelang de kant van de taalgrens waarlangs
wij westwaarts trekken. Zijn kerken en kerkjes (en de pleintjes
ervoor waar we overnachten) zijn chateaus, en boerderijen en zijn
mensen.
Met twee waardige vertegenwoordigers van de Belsche hartelijkheid
hebben we vandaag en gisteren kennis gemaakt; Jean en Jeanne uit
Braine le Chateau. Zelf Santiagopelgrims uit 2006. Trotse ouders
van 5 kinderen (vier van eigen achitectuur en eentje kant en klaar
afgeleverd (adoptie)) volgens een lachende Jean). Inmiddels is
dat gezin behoorlijk vermenigvuldigd met schoon- en kleinkinderen,
allen te pas en te onpas binnenvallend bij de ‘zoete inval’, Jean
en Jeanne. Wonend in een historisch huis (ooit bierdepot (Leffe))
met een prive kapelletje van St Antonius voor het huis, waar Jeanne
voor het evenwicht Onze Lieve vrouw bij heeft gezet. Wij hebbben
hen ‘bijgezet’ bij de mailadressen zodat zij onze tocht kunnen
volgen.
Het rijden met de Camper begint in mijn bloed te komen, dacht
ik. Vanmiddag op een ‘route agricol’, breedte 2 mtr, (breedte
camper excact hetzelfde) even last van associaties met de bekende
Keniaanse ‘Black Cottonweg’ gehad. Naast de weg een zeeeeer zachte
berg (enigszins omgploegd door grote tractorwielen), vlak daarnaast
(rechts) een slootje van niks. Het rechter voor- en daarna het
achterwiel geraakten in de (te) zachte zijberm, waarna het hele
huis min of meer slagzij maakte en gevaarlijk dicht naar de sloot
aan dezelfde trok. Maar met een hardgrondig; waaaaaaaaaaooooh
en een peut gas waardoor de camper (die gelukkig bleef rijden)
uiteindelijk weer op de verharde weg terug belandde, hebben we
het weer gered. (Jonathan en ik, voor ingewijden) Goed voor de
karaktervorming en de nederigheid. Maar wat mij betreft voorlopig
geen ‘routes agricol’ meer.
Vandaag in Tournai meegemaakt waarom ‘maart zijn staart’ roert.
Angelo maakt net vanuit de camperdeur een foto van ‘le neige Belgique’.
Eindelijk een witte Pasen. (die Belgen, bij ons is dat toch met
Kerst??) Tjeemig wat zijn de Belsche stadjes (Tournai of Doornik
bijvoorbeeld) gezellig en wat een rijke cultuur. Denk nu niet
dat dit iets is van de laatste jaren. De kathedraal naast het
bischoppelijk paleis was omgetoverd in een archeologische vindplaats
van cultuur uit vroeger dagen (eeuwen), onder de fundamenten van
de huidige kathedraal. Daarvoor was wel driekwart van de vloer
gesloopt, waren er overal doorkijkjes gemaakt zoals bij de Heerlense
Thermen (instortingsgevaar acces interdit) met aanwijzingen waar
oude muren/fundamenten, putten en rijke stinkerds (lijken in de
kerk) uit vroeger eeuwen, gelegen hadden. De kerbanken waren vervangen
door terrasstoeltjes met daarbij om de 5 stoelen ook terrasverwarming.
Zo kon de mis toch doorgaan en liepen de terrassen op het plein
voor de kerk a.h.w. zonder onderbreking door in de kerk. Ja hoor
laat ze hun gang maar gaan de Belgen, goed volk hoor en vooral
niet te moeilijk. Morgen entrance dans la douce France.
See you; tot een volgende keer met een story uit onze pelgrimage.mail
3de mail:
Hallo beste allemaal,
Bij deze weer iets meer over het hoe van onze (bij tijd en wijle
barre) tocht. (Voor Angel wat barderder dan voor mij) We zitten
inmiddels midden in de Normandie. Geen arme streek hoor, veel
Cidre en Calvados, wat de plaatselijke economie erg ten goede
komt. Bucherieën, Boulangeriën en delicatessenzaken (produits
régional), meerdere naast elkaar, met de meest verfijnde baksels,
brouwsels, stoofsels, salades , worsten, pateën en van alles wat
een het leven hier verheft tot een niveau van dat van “God in
Frankrijk”. En hoewel Angel dus nog iedere dag beweert dat hij
slanker en slanker wordt, moet ik in ieder geval opletten niet
teveel van alles te willen proeven, want dan blijft de som van
ons beider gewichten hetzelfde als voordat we vertrokken zijn,
iets te zwaar dus. (even een doordenkertje voor de wiskundigen
onder ons he Cor?)
Over te zwaar gesproken, ja we hebben vast gezeten in de Pomier
(appelboomgaard) van een plaatselijke camping. Pogingen van Angel
om de zaak te redden resulteerden er alleen maar in dat de wielen
zich nog verder in het gras groeven. De campinghouder beloofde
de volgende dag bij een plaatselijke ‘cultivateur’ hulp te halen.
(cultivateur = boer, vroeger gewoon paysan, maar tijden veranderen
nou eenmaal) En inderdaad om 10 uur werden alle geluiden op de
camping overstemd door een geweld alsof er een tank aan kwam.
Nou had de tractor met hefvork ervoor daar ook veel van weg, moet
ik zeggen. Achter het stuur de eerder genoemde ‘cultivateur’,
wiens leeftijd ik schat op zo’n 102 jaar, met tussen zijn bruine
lippen een kwart sigaar. Voor de camper stapte hij uit zijn gevaarte,
bekeek de ellende van alle kanten, (ik gaf hem ondertussen een
slap handje), waarop hij bromde: “Bon”. Vervolgens legde hij een
ketting zo dik als de arm van een volwassen (goed getrainde) body
builder om onze trekhaak. Maakte een paar draaiende bewegingen
met zijn handen naar mij (beetje meesturen) en voor ik adem kon
halen trok hij de camper als een vliegje uit een koeienvlaai uit
de modder. Stapte uit bekeek goedkeurend het resultaat, bromde
: “ceca” en wilde vertrekken. Ik helemaal blij, vragen wat het
me koste. Hierop kreeg ik het slappe handje van het begin van
de operatie van hem terug met de mededeling rien (niets). Hij
lachte een beetje naar de campinghouder en mij, stapte op zijn
tracteur en boven het lawaai uit hoorden we langs zijn sigaar
nog zoiets als “bsjoer”. Nou he die Fransen ze blijven tot op
hoge leeftijd charmant en een goed gesprek is nooit weg zoals
gezegd.
Tja die gesprekken verlopen soms anders dan je denkt. Aan het
begin van ieder gesprek zeg ik altijd even dat mijn Frans slecht
is. Meestal volgen er een paar complimentjes (goed voor je ego)
en kan de conversatie beginnen. Niet bij de paardenfokker waar
we op het erf mochtern staan in Cervecoer. Hij stelde onmiddellijk
na mijn inleiding voor: “Lets try English”. Natuurlijk had ik
niet meer de moed om te zeggen dat mijn Engels het niveau van
het Frans niet overtreft, dus dan maar in steenkolenengels verder
gepraat. Nou dat werd toch nog een aardig gesprek. Op een gegeven
moment toen ik had beantwoord dat wij Dutch waren gaf hij met
een fijn lachje te kennen dat hij voor een firma in “Schweindriecht”
werkte. Nou wat een toeval iemand die Zwijdrecht kent. Wist ik
nog net dat dat bij Rotterdam ligt. Dat schepte een band. We mochten
op het erf staan, hoewel er geen electricity was. Nou ja. Als
compensatie hebben we ons dan maar getracteerd op een etentje
in een plaatselijk restaurant, waar dan meteen de laptop en de
telefoons opgeladen worden. Vooraf in de camper een glaasje cidre
en bij het eten ook een glaasje (dachten wij) Dat werd een hele
fles. Angelo heeft zich opgeofferd, want 1 glaasje en dan heb
ik meestal genoeg, dus de rest van de fles was voor de peligrain.
Die heeft vannacht geslapen als een blok beton en ik denk zelfs
dat hem dat door de sneeuw- en hagelbuien van deze dag heeft geholpen.
Ja jullie lezen het goed, het is afgelopen met het terassenweer.
Die ene lekkere dag met buiten eten en zonnebaden was slechts
een eerste voorbode van waar wij zo met verlangen naar uitzien.
Nu zitten we aan een riviertje. Het kacheltje snort lekker, de
laatste slokjes van de meegekregen likeur hebben we in de eerste
melon (meloen) gegoten en die toen lekker uitgelepeld. De route
van morgen is geladen, helaas kunnen we niet aan de mails en zal
ook dit bericht pas morgen gepubliceerd worden, want er is geen
ontvangst. Dat geloof je niet, midden in Frankrijk en toch echt
niet op het einde van de wereld maar echt er is geen ontvangst.
Let een beetje op elkaar en op ons, dan komen we vroeg of laat
wel in Spanje aan.
Veel groetjes (en felicitaties voor de jarigen Mia en Wilma) voor
allen in Nederland, Kenia, Bosnië of waar ook ter wereld.
Die twee in Frankrijk.
Vierde mail
Van GPSen en andere (mis)leidende systemen.
In deze mail een toelichting op de routes die we overdag volgen
zoals die de avond tevoren zijn uitgezet. Dat gebeurt in een combinatie
tussen (ouderwetse) kaarten en zeer geavanceerde satelliet gestuurde
systemen. Beide hebben hun voor- en nadelen.
Toelichting op de ouderwetse kaartlezerij, vrouwelijke intuïtie
en (Hollandse) automatische piloterij. De kaart en de praktijk
verschillen nogal van elkaar. Op de kaart zie je kleinere en grotere
dorpen en steden verbonden door rode, gele of witte wegen en dat
alles in een overzicht van ongeveer 80 km2 (De Michelingids waar
ik bij zweer!!) Makkie denk je dan toch. In de praktijk moet je
wel weten hoe het Franse systeem van wegaanduiding is om een dorp
verder te komen. Laat ik beginnen met een eenvoudige kruising.
Een weg rechtdoor, een weg naar rechts en een naar links. (ja,
ja en een waar je vandaan komt) Kom je op de kruising dan kan
er recht tegenover je aan de rechtse kant van de tegenover liggende
weg een naambordje in de vorm van een pijl staan dat duidelijk
met de pijlpunt naar links wijst. (Teken even mee) Ook kan het
gebeuren dat zo’n bordje recht tegenover je staat maar dan aan
de linkse kant van de tegenover liggende weg, wat naar rechts
wijst. Zelfs een derde optie is mogelijk, namelijk dat er zowel
rechts als links bij de tegenoverliggende weg een bordje staat
met dezelfde naam erop, beide wijzend in de tegenovergestelde
richting. Op dat moment is er maar één advies: Uitschakelen van
de automatische Hollandse piloot en …rechtdoor gaan!!! Het systeem
is namelijk dit. De weg waar het puntje van het naambord het dichts
bij in de buurt is, die weg ingaan. (Geloof het of niet) Soms
zijn de Fransen zo vriendelijk geweest het bord al een beetje
in de richting van de genoemde weg te draaien, dus dan weet je
iets zekerder; de weg inslaan waar het puntje van het bordje al
en beetje ingedraaid is. Was het hier maar bij gebleven, dan was
het allemaal nog wel te overzien, maar de Fransen hebben ook de
gewoonte bordjes op de kruisingen vast te maken aan de muren van
de gebouwen die daar toevallig staan. Dat is m.i. uit noodzaak
geboren, want er is al vaak nauwelijks plaats om doorheen te komen
met een camper laats staan dat er nog plaats is voor een paal
met een bordje. Nou kan het gebeuren dat het bordje niet precies
op de hoek is vastgemaakt of dat de weg niet mooi recht kruist
en de muur alvast een beetje (of veel) schuin wegdraait van de
kruising af, waardoor het meer dan eens gebeurt dat je geen bordje
hebt gezien en dus de kruising al hebt gehad maar zo’n kilometer
of wat verder (vrouwelijke intuïtie) aan je water begint aan te
voelen dat dit niet meer kan kloppen. He? Deze rivier ben ik toch
net overgestoken, maar dan de andere kant op? Dus dan is het keren
met je huishouden geblazen en weer dezelfde aantallen kilometers
terug over dezelfde weg. Wel en omdat je van de andere kant tegen
andere muren aan kijkt zie je plotseling het bordje met het ielepiele
plaatsje waar je naar toe moet wel hangen!! Tja want de Fransen
hebben nog een gewoonte, met name in de kleine dorpen. De naam
van het eerste beste kleine volgende dorpje wordt slechts genoemd,
hooguit ook nog dat van twee mesthopen verderop maar dan houdt
het op. Terwijl jij op weg bent naar iets dat 30 kilometer verder
op ligt. Niets daarvan, met een vergrootglas de kaart bestuderen
voor je een dorp in rijdt en dan onthouden dat je naar ‘Truttemére’,
of ‘Saint Paul Mont Penil’ moet of zelfs naar: ‘Les 4 Chemins
de la Boule’ als eerstvolgende dorp in de goede richting. Ja zeg
met mijn Alzheimer Light ben ik op de volgende kruising alweer
twee van de drie namen kwijt! In de wat grotere dorpen heeft men
er wat op gevonden; ‘rond points’, oftewel rotondes. Daar komen
vaak ook wat meer straten op uit en gemak dient de mens, er worden
ook wat meer ‘volgende’ dorpen genoemd, wel 5 á 6 dorpen achter
elkaar. Ieder dorp op een apart naamplaatje rechts en links van
de weg waar je in zou kunnen moeten (niet persee rechts en links
dezelfde namen), maar let op, (let op eerdere uitleg) zie je een
naam die je zoekt, niet twijfelen, meteen de weg inslaan waar
het naambordje het dichtste bij staat. (Automatische piloot weer
uitschakkelen) Alleen nu moet je nog meer namen onthouden, of
in ieder geval zeker weten waar je niet naar toe moet. Op die
manier krijgen de rotondes wat weg van een spelletje; nieuwe rotonde
nieuwe kansen. Nou, dat spelletje los ik op door de rotonde dan
minstens twee keer en zonodig drie keer te nemen, kun je allles
rustig bekijken. Niet letten op toeterende Fransen of toeschouwes
aan de kant waarvan de mond open valt. Vrachtwagens doen dat beter,
die zie je regelmatig midden op een kruising of rotonde stilstaan,
rustig om zich heen kijkend en dat (o wonder) pikken de fransen
wel zonder toeteren! Het vervelendste vind ik nog als men het
toch nog in zijn hoofd heeft gehaald op zo’n rotonde echte grote
steden aan te gaan staan wijzen, met name als die op bladzijde
85 van de Michelingginds staan en jij bent op bladzijde 52!!!
Sh.. en nog eens sh..!
Dan is er de misleiding van de namen nog waar ik in het begin
ben ingetrapt. We zaten aan de kust en moesten naar Sint Martin.
Nou hup dan. Bij de eerte beste afslag Sint Martin genomen. Na
een half uurtje rijden kreeg ik weer het akelige gevoel verkeerd
te zitten. Er was geen kust meer te zien, ik kwam allerlei namen
tegen die ik echt niet op de kaart had gezien en na een telefoontje
met Angelo kwam ik er achter dat ik verkeerd zat, hoewel het/een
dorpje Sint Martin op 1 km voor me lag. Kijk dat zit zo. In Frankrijk
moet je er rekening mee houden dat er vele Sint Martins zijn,
die ook nog in een straal van pakweg 20 km bij elkaar in de buurt
kunnen liggen. Dan heet het eerste Sint Martin AU CAUST (aan de
kust) het tweede SUR LIGNE (riviertje) het derde A LA CAMPGNE,
(ergens op het platte land). Naast Sint Martins zijn er vele Saint
Germains, of Saint Pieres, Sint Ans, of Sainte Maries en nog vele
heiligen meer. Maar let op wat er achter staat, dat is het verschil
tussen het ene dorp en het andere dus bijv: Sainte An S.M., of
Sanite An au L, etc. Dus het vinden van de goede weg op de ouderwetse
kaartenmanier blijft spannend doch leuk.
Angel daarentegen zweert (blindelings) bij de GPS. Een systeem
gebaseert op baterijen en satelieten. Verder onthoud ik me van
technische details, puur vanwege een gebrek aan voldoende technisch
inzicht. Onze camper vervoert een lading baterijen (oplaadbaar
of niet) waar je een ruimtestation een jaar mee in de lucht kunt
houden. (Angel vindt dat ik overdrijf; goed dan een half jaar)
Deze zijn voor de GPS, de fototoestellen, de CO2-verklikker en
weet ik wat allemaal niet meer, maar goed. ’s Avonds wordt de
route uitgezet, de kaart en route geladen en dan laat mijn huisband
zich de volgende dag, zoals gezegd, blindelings leiden door zijn
GPSje, terwijl ik met een rijtje namen op pad ga. Alleen kan het
gebeuren (shit 3 keer shit) dat het ding wel de route maar niet
de kaart heeft geladen. (Terug herladen!!) 15 minuten later tweede
startpoging. Of dat het K-ding (sorry) de oude route heeft geladen
en niet de route die de dag tevoren is bijgesteld. Of dat plotseling
de (opgeladen) baterijen toch op zijn. Tja dan wees maar blij
dat je niet in de buurt bent want ik denk dat alle Saintes die
over hun gelijknamige dorpjes waken, af en toe kromme tenen hebben
van het taalgebruik van onze pelirin, en dan is daar overigens
nog geen woord Frans bij. Vervelend doet zijn GPS ook als er hoogspanningsmasten
of militaire tereinnen in de buurt zijn. Stoorzenders, Franse
geheime diensten of wie dan ook zorgen ervoor dat de route van
links naar rechts springt en zijn toestel voortdurend piept en
bliept dat hij de verkeerde route neemt. Want dat doet ie ook,
bliepen als je van de route dreigt af te wijken. Dat is in ieder
geval een gelegenheid om hoorndol van te worden (wat is dat in
het Frans?) zeker als dat ding een weg aan geeft waar je echt
niet op zit!!!? ’s Avonds kun je zien wat de route had moeten
zijn (de ingegeven route) en wat je in werkelijkheid hebt gelopen.
Dat wil dan nog wel eens afwijken. Soms komt er zelfs een patroon
tevoorschijnt alsof iemand met een zichzagmachine met extra grove
steek van de ene weg naar de andere is genaaid. Het fraaiste gebeurde
echter enkele dagen geleden waarvoor we beiden in een deuk hebben
gelegen. De GPS van Angel beweerde dat hij in de buurt van Warschau
was geweest. Als bewijs was op de kaart van oost Europa zelfs
de route te zien die Angel gelopen zou hebben in Polen. Daarbij
gaf de GPS aan dat dit was gebeurd met een snelheid van 1735.2
KM per uur, want ook dat vertelt de GPS. Snap jij het dan nog!
Maar over het algemeen komen we toch wel weer altijd bij elkaar
uit. Angel over de kleinste binnenweggetjes (zie foto’s) en ik
door de dörpkes met de boulangeriekes, de carcutteriekes met alle
noodzakelijke lekkers voor de tusenstops en het avondeten. Tussentijdse
communicatie via onze Franse telefoontjes met de provider ‘Orange’.
Gegarandeerd duidelijke ontvangst was beloofd! Nou de ellende
van die dingen zal ik vanavond niet meer toelichten hoor, we houden
het gezellig.
Blijf ons volgen tot in Spanje, ook als het blijft regenen, stormen
en (hopenlijk niet meer) sneeuwen. Frankrijk is toch het land
van de terrassen!!??!!
Angelo en May.
vijfde mail.
De laatste loodjes.
Het gaat fors tegen het einde aan. Santiago is dan wel nog niet
echt in zicht maar toch wel a.h.w. onder handbereik. Het wordt
tijd, want Angelo is inmiddels al dik 20 kilo kwijt, er blijft
niets van hem over als het nog lang duurt. Als de zon schijnt
herkent hij zijn eigen schaduw niet eens(zegt hij)! Snel het ‘hoe’
aanvullen. Een van de trouwe lezers, mist de Spaanse tussendoorteksten,
en leidt daaruit af dat mijn Spaans wel veel minder zal voorstellen
als mijn Frans. Dit niet geheel bezijden de waarheid zijnd, (alhoewel
ik met de dag meer Spaans produceer) is er een geheel andere reden.
De voertaal op de Camino is… geloof het of niet Duits. Ook wij
hebben (nadat we ervan verdacht werden landgenoten te zijn) kennis
gemaakt met onze groepjes ‘Oosterburen’. Zo trof ik een hele aardige
oud sportlerares (hoe kan het anders!) op de fiets, die enige
problemen had met ‘die Hüften’, waar ik de problemen met de knieën
tegenover kon stellen. We hebben samen besloten dat het enige
wat ons kan helpen ‘die Muskulatur versterken’ is. Op een andere
avond hebben we heel gezellig zitten tafelen met een groep uit
Beieren, die aangemoedigd door een bank met een groep de camino
aan het lopen was. De bank had voor een en ander gezorgd, een
boekje, vervoer naar Frankrijk, ja zelfs voor het feit dat op
27 mei ter ere van de groep (ook door de groep?) het wierooksvat
‘durch die Kathedrale geschwungen würde (á raison van €250). Nou
ook dat had de bank ‘gespendet’. Geloof het of niet we hebben
met de hele groep: “Das wandern ist des Müllers lust” en “Lustig
ist das Zigeunerleben” uit het voorgedrukte boekje gezongen. Men
(de Duitse lopers) was heel verbaasd dat wij die liederen uit
hun jeugd (trouwens ook de onze) kenden en de rest van de herberg
heeft vrolijk geklapt toen wij onze mond hielden. Nu maak zelf
maar uit of dat als eerbetoon voor het zingen of om de daarop
volgende stilte te bekrachtigen was. Cor er zitten bij die Duitsers
beslist wat leden voor “La Renaissance!”.
Verder ontdekken we ook allerlei Nederlanders links en rechts
tussen het voetvolk. Vanmiddag was ik maar wat blij dat er iemand
naast me kwam staan die zei: “soms zit het mee en soms zit het
tegen”. Op dat moment knikten mijn knieën, rookten de banden van
de camper, zat er een dik zwart spoor in de gravel van een supersteile
helling (45 graden of daaromtrent) en dacht ik dat het einde van
ons campertje gekomen was. Volgens onze landgenoot had ik het
helemaal zo slecht niet aangepakt, (zelf dacht ik wel aan stommiteit)
maar moest ik de banden laten afkoelen. Het laatste stukje berg
zou dan een makkie zijn, de gravel was immers overwonnen, maar
eerst de banden goed laten afkoelen. Dan ben je blij dat er iemand
is die Nederlands spreekt.
Daarmee echter geen kwaad woord over ‘el gente Españool’, de eerste
indruk dat het een vriendelijk volk is, wordt met de dag bevestigd,
zodat ik aan mijn vocabulair heb toegevoegd; “El gente Españool
esta mucho amable”. Mocht hier een fout in zitten dan is die mij
bij voorbaat vergeven, want als ik het zeg (en meen) dan zie je
oogjes gaan glinsteren, ruggetjes iets rechter worden en komt
er een stroom complimenten over Hollanders terug, die ik welliswaar
niet helemaal begrijp (niet in woord en niet in daad) maar waaruit
ik opmaak dat ik iemand weer een prettige dag heb bezorgd. Het
is zelfs al zo dat ik grapjes (broma, bromitos) in het Spaans
kan maken. Laatst bijvoorbeeld met Juan (spreek uit Guan) uit
Peru. Op een pick-nickplaats stond Juan zijn gekwetste tenen en
even later zijn gehavende sokken te verzorgen. Na het inleidende
Ola en ‘de donde eres’ (waarkom je vandaan) , ontwikkelde zich
al gauw het gesprek in de richting van de Hollanders die toch
zoveel talen spraken. Op mijn vehaal dat het gewoon noodzaak is
omdat Holland zo klein is dat je maar tien minuten naar rechts
hoeft te fietsen om in Duitsland te komen en een half uur naar
het zuiden om franstaligen tegen te komen en nog geen half uurtje
vliegen en dan is Holland helemaal weg, lachte Juan ondeugend:
“calidat sobre cantidat!’(kwaliteit boven kwantiteit) Later werd
dit zinnetje nog vele malen gierend van het lachen herhaald op
de meest gekke momenten, bijvoorbeeld toen Juan zijn sokken begon
te stoppen. Mijns inziens onbegonnen werk (zo gaf ik aan) gezien
de grootte van de gaten. Maar Juan redde zich eruit door te zeggen
dat hij ze wel eens zou opereren. Aha zei ik: “usted es medico?”
(je bent dokter) waarop hij brullend lachte; ‘sokkenchirurg’ en
vervolgens de gaten met grote steken bij elkaar trok. Op dat moment
kon ik niet laten te roepen: “calidat sobre cantidat”, waarop
we beiden in een deuk lagen. Volgens Juan was dat ‘el dice del
dia’ (spreuk van de dag) maar lachend besloten we er ‘el dice
del Camino’ van te maken. Angelo is Juan later nog eens tegen
gekomen en ja hoor na enige uitleg van Angelo op zichzelf wijzend:
Nederlander, riep Juan: “Ah May!”. En in zichzelf heeft hij beslist
gedacht: “Calidat sobre cantidat!!!”
Het landschap verdient ook enige aandacht en dan met name de bergen.
Eindelijk de bergen en wat een prachtige bergen. We hebben ze
in verschillende hoedanigheden meegemaakt. ’s Avonds in de ondergaande
zon. ’s Ochtends bij het ontwaken van de dag. Bergen in de zon,
bergen in de regen, bergen in de mist, bergen met opstijgende
(echt werkelijk zichtbaar) lucht waardoor wolken ontstaan. Alleen
en daarover hoeven we niet te treuren, bergen in de sneeuw, dat
niet. (afgezien van wat eeuwige sneeuw in de verte). Langs de
wegen zie je wel de palen staan die in de winter bij sneeuwval
de weg moet markeren. Wij zijn er heilig van overtuigd dat verschillende
dorpen in de winter totaal afgesloten zullen zijn van de rest
van de wereld. De mensen die in de bergdorpjes leven moeten wel
heel ‘selfsupporting’ zijn, aan hun huizen te zien ‘ware overlevers’.
Wij hebben ons meerdere keren afgevraagd hoe het leven in de winter
in de dorpjes mogelijk is. Als ik praat over dorpjes, dan is dat
heel wat anders als een dorpje in Nederland, zeg Landgraaf, Schipluiden,
Nuth of noem maar wat op. Soms staat er een naamkaartje en dan
een vervallen kerkje, één boerenhuisje (boerderij is overdreven)
één herberg en enkele ruïnes (Manjarin voor Anneke) en weer het
naamkaartje dat het dorp is afgelopen. Variaties zijn dan twee,
drie of enkele huisjes (waarvan twee bar/herberg vanwege de camino)
De straten liggen vaak bezaaid met koeien en of geitenflatten,
daar terecht gekomen bij het naar de weiden brengen of naar binnen
halen van het vee. Wel zie je er overal tractoren. Maar dat is
ook het enige vervoermiddel dat volgens mij hier grip heeft op
de bemodderde en slecht onderhouden straten en weggetjes. Maar
mooi vee!!! Vleeskoeien, denk ik. Goudblond tot bruin met van
de verschikkelijke mooie grote bruine lieve ogen en een ponny
tussen de horens. Als je de beesten ziet snap je waarom de jamon
(spreek uit gamon) (ham) hier zo verschrikkelijk lekker is. Iedere
streek zijn eigen smaak. Gerookt boven een houtsoort die speciaal
voor dat doel wordt gebruikt, legde een trotse Spaanjaard me uit.
Het laatste wat ik nog wil vermelden wat er uit de contacten met
de plaatselijk bevolking naar voren komt is dat we door de streek
trekken waar in de jaren 70/75 volgens eigen zeggen, veel Spaanse
mannen naar Nederland zijn gegaan om daar in de tekstiel (Twente)
of slachterijen (Oss/Nijmegen) te werken. Niet in de Limburgse
mijnen. Dat was eerder. Ook een tekening (bouwkundig wellicht
niet helemaal verantwoord) van een Limburgse mijn met mijn vraag
of men daar ook van wist werd ontkennend en m.i. ook niet helemaal
begrepen beantwoord. Vanwege de armoede vertrokken de mannen,
meerderen uit een dorp of stad, maar ook vanwege het Franco-regieme
vertelde een ‘barhouder op leeftijd’. De Spaanse mannen herineren
zich van Nederland het vele water en de sloten. “Geen bergen he!”,
zeggen ze dan lachend. Mijn verhaal dat we in Nederland waar ik
vandaan kom toch ook wat heuvels hebben en minstens één berg van
300 meter ontlokte met name de eerder genoemde Juan lachend de
uitspraak: “Aha de ‘Hollandse Alpen’. Nee Juan heb ik gezegd dat
zie je fout : “één hollandse Alp”; calidat sobre candad!
Blijf ons volgen nog enkele dagen en dan….
Zesde mail
Hallo alle volgers van : “Stuur”mij (Angelo)
naar santiago!’.
Tja eigenlijk is de titel niet helemaal correct, want behalve
Angelo werd ook ik (min of meer) naar Santiago gestuurd. Weliswaar
op geheel vrijwilige basis maar toch.
Wie de website volgt heeft kunnen constateren, dat het eindpunt
van de tocht , Santiago de Compostella, is bereikt. (Wisten jullie
dat Spanje meerdere Santiagos heeft alleen met een ander of geen
achtervoegsel? We hebben er al 4 geteld) Alleen ons gejuich is
via de website niet zo goed te horen geweest, maar neem maar van
mij aan dat we een gat in de lucht hebben gesprongen toen we het
bordje Santiago de Compostela zagen. Daardoor, hoewel het de hele
ochtend heerlijk zonnig was geweest, begon het uit dat pas gesprongen
gat spontaan te regenen en dat is tot op dit moment niet meer
opgehouden. Enkelen onder jullie die sponsoring per km hebben
toegezegd, zitten natuurlijk al de nacht door te rekenen, om het
enige juiste te betalen bedrag vast te stellen. Let wel, er zijn
geen ‘aftrekbare posten’, bruggen, pontjes, roltrappen en andere
eventualiteiten waarbij de voetjes van de grond waren, zijn in
de eindkilometerstand NIET meegeteld. Afronden naar boven, zullen
we in het belang van Stichting Jonathan (uiteraard) deze keer
niet tegen houden. Succes ermee. Het aantal gevorderde kilometers
is meer, o.a. vanwege de ‘abstecher’ naar de zuidroute. Dat wordt
ons enigszins kwalijk genomen door deze (of eigenlijk 1) gene.
Het was deze volger (katholieker dan de paus) die ons opdroeg
deze (mis)daad alsnog te biechten. Zo gezegd zo gedaan. In de
kathedraal van Santiago bestaat die mogelijkheid immers nog in
ruime mate zo hebben we geconstateerd. Er staat een aantal (ongeveer
20) biechtstoelen ter beschikking, waar je bij de daarvoor bestemde
paters je zonden in hun gezicht, dan wel in hun oor kunt fluisteren.
(verschil; wel of niet aanwezigheid van gordijntje, luikje of
iets dergelijks) Het heeft wel wat zo’n openbare belijdenis door
een enkele pelgrim terwijl om je heen de collegapelgrims rondstampen
op hun bergschoentjes, her en der de flitsen om je oren vliegen
(geen mens houdt zich aan het verbod om met flitslicht te fotograferen)
terwijl verschillende gidsen (no sé el palabre Español voor gids)
met luide stem hun verhaaltje afdraaien over historische danwel
bouwkundige gegevens van de kathedraal en alle ‘schoons’ dat daarin
te vinden is. Geen mens (behalve de pater) die iets verstaat van
wat er wordt gefluisterd. Er wordt gebiecht (echt waar) maar het
aanbod paters is aanzienlijk groter dan het aantal zondaars (?),
want sommige patertjes zijn duidelijk bezig aan hun ochtend of
middagdutje. Awwel. Wij naar zo’n patertje toe, om hem het probleem
voor te leggen. Met tranen in de ogen heeft Angelo zijn credential
(boekje met de vele stempels) getoont en ik in mijn beste Spaans
met de grote kaart met de Santiagoroutes erbij uitgelegd dat er
een klein pietepeuterig stukje van noord naar zuid vanwege de
verbinding tussen de beide routes met de camper is afgelegd. Pregunta(vraag):
is dit zonde, hoe groot is die zonde en wat is de penitentie?
Het patertje heeft ons ongelovig aangekeken, quanto kilometres?????
Angelo benepen: “2500 señor!” Mi hijo (mijn zoon) riep het patertje,
tus pies (je voeten): ga terug naar Hollanda, geen zonde, grote
prestatie! Daarbij heeft hij Angelo op het voorhoofd gekust en
mij op beide wangen! Degene (niet nader bij naam te noemen) die
ons van zonde betichtte krijgt van hetzelfde patertje een ‘penitencia’
opgelegd vanwege ‘maledicencia’(zelf vertalen); “Un quarto de
los 2500 kilometres sobre sus rodillos” (kwart van de afstand
maar op zijn knieën.) O zo begin maar C.V.!!!!
Vreugdevol zijn we huiswaarts gekeerd (van achter naar voor) langs
de rest van de kustroute die we op de heenweg niet hebben gezien.
We zitten nu in Islares (ja hoor zijn we al een keer geweest)
hebben net genoten van de eerste en laatste Paella in Spanje en
komen morgen weer verder op Holland aan. De weerberichten voorspellen
hier nog steeds niet veel goeds, in ieder geval voor het noorden
van Spanje niet. Dat maakt het voor ons wat makkelijker om dit
prachtige land en zijn vriendelijke inwoners achter/los te laten.
Lieke en Eddy, we hebben de Picos de Europa van de noordkant uit
gezien. Duidelijk waarom ze Picos heten, de ene prachtige piek
na de andere. Helaas in de lluvia (regen) en de wolken of niebla,
maar desondanks al prachtig. (We moeten terug) Ook nog genoten
van de vele kleine baaien en strandjes die we vanuit de verte
of van dichtbij hebben gezien, maar ook hier lluvia, lluvia. Vandaag
nog de laatste pinchos meegepikt (ze waren er weer), morgen eens
kijken of we in een plaatselijke carneria (slager) nog wat jamon
(spreek uit gamon) en worst mee kunnen nemen. Heerlijk!!! En dan;
geen bocadillas meer (stokbrood, maar dan wel groter en harder
dan de Franse, belegd met wat je er maar tussen kunt stoppen van
vlees vis, eieren, salades, olijven, en ondefinieerbaar spul)
geen churos met chocoladesaus (soort oliebollenfrietjes, overigens
slechts één keer aangetroffen wat veel te weinig is voor Angelo)
geen empanadas (voor mij) en naar de menus peligrino (voedzaam
en goedkoop) kunnen we na Urún ook wel fluiten. De café Americano
verandert weer in een grand café noir en de pains au chocolat
liggen al te wachten. Croissants hebben de Spanjaarden ook dus
die hebben we niet hoeven misen.
Voor al onze volgers nog wat lieve woorden, want die hebben jullie
verdiend. We hoorden en lazen dat jullie gelachen hebben en genoten
van de vele foto’s en commentaren. Datzelfde geldt voor ons, geen
foto kan op tegen de werkelijkheid, maar een beetje van al dit
moois, bezienswaardigs en kunstzinnigs met jullie delen heeft
de nodige discussie hier tussen deze vier wandjes opgeleverd.
Zoiets van: Wel of niet de ezel (de echte hoor) op de publicatie,
is dit vergezicht nog een vergezicht als de afmetingen zo klein
worden, krijgen ze dan nog wel een juiste indruk van hoe ver,
hoe hoog, hoe koud, hoe nat, hoe donker of hoeveel zon en welk
van de vele indrukwekkende lieflijke, krakkemikkige, vervallen
of net opgeknapte kerken, kathedralen, kappelletjes, kruisbeelden,
graanschuurtjes, cafeetjes, boerderijtjes of andere gebouwtjes
zetten we vandaag op de website. Vele, vele fotos meer dan jullie
hebben gezien zijn gemaakt. Angelo heeft al een mooi tijdverdrijf
voor de komende winter met het sorteren en bewerken van al dat
moois. En dan jullie reacties, goede wensen, harten onder de riem
(vooral die van Angelo die alsmaar strakker en strakker moest;
22 kilo kwijt!!) aanmoedigingen, stand van zakens en nieuwe donaties
vanwege de sponsering, kaarsjes, goede raden, plagerijtjes en
humor, het heeft ons (Angelo) letterlijk op de been gehouden.
Er was iedere avond wel een mailtje/berichtje in het gastenboek
van iemand en vaker wel twee of drie. Jullie hebt geen idee wat
dat betekent, als de kleren van de afgelopen dag te drogen hangen,
de regen op het dak klettert en er morgen weer een route van zo’n
slordige 40 km (werkelijke route en ‘verlopen’ kilometers) staat
(ligt) te wachten.
Wij komen weer rijker en wijzer (bijna niet mogelijk maar toch)
terug. (Hoe is het met mijn kipjes??) Als iemand nog eens een
uitdaging nodig heeft, wij kennen er een. Je hoeft helemaal niet
ver te zoeken, hij begint bij je voordeur en hij hakt er echt
in hoor!
Het laatste woord is voor Stichting Jonathan. We zijn het eindbedrag
een beetje kwijt, (thuis komt nog een onderweg gekregen donatie
en wellicht nog iets uit een kunstzinnige actie er bij) maar dat
krijgen we en alle volgers/donateurs via de website nog wel te
horen. We hopen echter dat er in Zambia en dan met name jullie
project signifikant meer gefietst kan worden. Dat hebben we toch
maar mooi voor elkaar gekregen met zijn allen, niet dan! Iedereen
dank en veel liefs en goeds, tot thuis. Er komen beslist een aantal
gelegenheden (en anders maken we die toch) om alle dolle, leuke,
ontroerende, overweldigende, prettige en angstige verhalen met
jullie te delen.
Tot ziens Angelo en May.