Verhalen (be)-leven

Het bekende spreekwoord: “kleren maken de man” is in de genealogie wereld: “de verhalen maken het boeiend” oftewel de stamboom gaat werkelijk leven door de verhalen.

Het verhaal van oma Lempers en haar geboorte in een keet is weliswaar de aanleiding voor mijn onderzoek maar het was toch schrikken toen ik een procesverbaal tegenkwam. Niet de huis- tuin en keuken veroordelingen van stroperijen, of alcoholmisbruik en vechtpartijen al of niet in militaire dienst gepleegd. Dit is niet verwonderlijk als je in het grensgebied woont, zoals mijn voorouders. Zeker niet in Baarle-Nassau of Baarle-Hertog waar stropen en smokkelen gewoon goed was.

Wat te denken van een van mijn voorvaderen Christiaan Joppe. Hij is in Brielle in 1793 geboren en getrouwd met Johanna Verbrugge. Ik vond een procesverbaal over zijn doodsoorzaak in 1830. Hij was veroordeeld en zat in de gevangenis omdat hij een buurman had vermoord bij een ruzie. Ik had mijn oordeel al klaar. Hij heeft zich echter in zijn cel van zijn leven beroofd door de sloten van zijn handen en voeten te verbreken en zich aan een zelfkant van zijn deken heeft opgehangen door een strop aan de ijzeren tralies te maken. De reden van de ruzie was echter een voorval tussen de buurman en zijn dochter……

De verplaatsing van gezinnen van de ene woonplaats naar de andere of zelfs van het ene land naar het andere komt in deze stamboom eveneens veelvuldig voor. Voorbeelden zijn Pieter Verbrugge uit Brielle en zijn vrouw Anna Bossu uit Vadenay in Frankrijk. Theodorus Lempers uit Rijsbergen, Charles Senechal uit Artois, Frankrijk, Quirijnen (Krijnen) Baarle-Nassau, Ottonis van Breemen, Terheijden. De voorouders van de stam Eijkemans: Rutger Eijkemans Den Dungen, Klaas Janssen Huissen, Jacobus Gielen Velden/Deurne.

Het echtpaar Adrianus Duijker en Maria Louisa Deciennia Lempers, zijn per schip, Johan van Oldebarnevelt, aangekomen op 10 febr 1954 in Melbourne, Australië. Zij hadden 14 kinderen, Adrianus was bakker en op 8 maart 1955 er is een document over overname van een bakkerij waarin sprake was om een betrouwbare rechtskundige adviseur in de arm te nemen. Maria Louisa is de jongste zus van mijn oma waarvan haar vader 3 dagen na haar geboorte overleden is in Halfweg bij de suikerfabriek.

Waarschijnlijk het oudste document dat ik gevonden heb voor deze stamboom stamt uit 26.02.1664: Hendrick en Michiel, kinderen van Jan zoon van Hendrick EIJCKERMANS bij Marike zijn huisvrouw dochter van wijlen Adriaen van den BOSCH, gaan erfdeling aan van de goederen van wijlen hun ouders: Den Dungen, renten en chijnsen.

Bijnamen of patroniemen werden vroeger veel gebruikt en vaak meer dan de achternaam. Zo zijn er vele ‘zonen van’ zoals hierboven beschreven, Jan zoon van ….. Maar ook deze van Willem Gerritsen: ‘Hij kreeg de bijnaam De Gapert, omdat hij nogal lang was en hij bij de buren over de heg kon kijken. De bijnaam of scheldnaam dragen wij nu nog steeds in 2009’ zoals vermeld op de site waar ik dit fragment vond.

In het Rechterlijk Archief Berghem staat de volgende schriftelijke toestemming van Gerrit Hoefs, gedateerd 9 september 1757: “… consenterende dat sijnen soon, genaamt Hendrik Gerrits Hoeffs, sig in den ondertrouw kan en mag begeven met sodanig vrouwspersoon als het hem gelieven sal en nae gedaene…”. Niet bekend is met wie Hendrik Gerardus Hoefs uiteindelijk zou trouwen.

Antoine Josephe Senechal, geboren op 19/3/1739 in Foufflin-Ricametz.
Antoine ging met zijn broer Charles naar Leiden, waar hij in 1769 een tweede keer trouwde met Johanna Ozeman.
Antoine trouwde eerst met Brigitte Rouhalt, 7-7-1767 in Foufflin. Uit dit huwelijk werd Marie Florentine Josephe geboren, 2 maart 1769 .Antoine was bigame.
Na de dood van Johanna Ozeman hertrouwde Antoine (een derde keer) in Leiden met Catharina Voss.
In 1799 verkocht hij al deze dingen, vroeg om een paspoort en toen …

Emma de Winter, Joods en gehuwd met Antonius Hoes, is een van de weinige overlevenden van de Holocaust in de 2de Wereldoorlog. zie interview,

Dit levensverhaal van S jef Gielen en Door Goorts trof ik aan op DeurneWiki :trok 54 jaar lang als veenarbeider en werknemer van het Gemeentelijk Veenbedrijf met zijn oplegger, stikker en bonkschop naar de Peel.
Sjef was als veenarbeider werkzaam bij het Gemeentelijk Veenbedrijf. Hij woonde met zijn gezin dicht bij zijn werk, aan de rand van de Peel. Ze waren door een woningruil in het bezit gekomen van twee buunder grond om zelf koren, groente en fruit te kweken. Ze bakten hun eigen brood en Sjef had zijn eigen Peelveldje, zodat ze voor hun onderhoud alleen de kruidenier nodig hadden voor de levensmiddelen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog in september 1944, op Dolle Dinsdag, bleken ze midden in niemandsland te zitten. Tijdens een tegenaanval van de Duitse bezetter brak er de hel uit. Sjef vluchtte met zijn gezin de kelder van zijn huis in. Zij zijn in het bedenkelijke gezelschap van Duitse soldaten die beschutting zochten voor de naderende tanks van de Amerikanen. De bevrijders stoppen bij het huis en schieten bij wijze van waarschuwing eerst door het dak. Maar het gezin en de soldaten durven niet tevoorschijn te komen en een tweede schot volgt door het kleine kelderraam.
Moeder Door vlucht met twee kinderen aan de hand naar een boer in de buurt. Toen ze zich bij Peerke Berkers veilig waanden sloeg het noodlot toe. Het huis van hun buur werd in brand geschoten, twee kinderen van Peerke werden dodelijk getroffen en een zoon van Sjef en Door raakte zwaar gewond.
Sjef en Door waren uiteindelijk 58 jaar getrouwd, woonden in Liessel Heide C.165, 145a, F.5 en E.94. Daarna verhuisde hij naar de Liesselscheweg C.51, Kanaal F.159 en vervolgens de Heitrakschedijk F.171 en Heide L.99. Vier van hun kinderen emigreerden naar Nieuw-Zeeland.

Missionaris Nard van Loon, OFM

Landbouwer Nard van Loon werd na het overlijden van zijn vrouw missionaris. Leonard was een zoon van Hubertus van Loon  en zijn eerste vrouw Petronella Brunas (1882-1920). Zijn vader kwam op 15 april 1919 met zijn vrouw en vier kleine kinderen van Bakel naar Liessel en ging op de Beekheidehoeve aan de Hoogdonk wonen. In december werd Leonard geboren en vijf weken later overleed zijn moeder. Hij huwde in 1946 met de Vlierdense Petronella (Nel) Mennen, dochter van Theodorus Mennen  en Hendrika Hurkmans . Nel werd tijdens een hevig onweer door de bliksem getroffen en overleed ter plaatse. Na het plotselinge, tragische overlijden van zijn vrouw, vertrok Leonard in 1950 als emigrant naar Brazilië, en vestigde zich in de Nederlandse kolonie “Holambra”. Hij kwam daar in contact met de minderbroeders Franciscanen en werd in 1952 te Taquari opgenomen in de Orde OFM (Ordo Fratrum Minorum) onder de naam Frei Agostinho. Sindsdien werkte hij in Brazilië als missionaris. Hij legde zich toe op de land- en tuinbouw, en bekwaamde zich ook als kok en mecanicien. Vooral op het platteland probeerde hij zijn bekwaamheden over te dragen aan de mensen om zo hun sociale omstandigheden te verbeteren. In december 1992 keerde hij terug naar Nederland en ging in Weert wonen, in de communiteit van de Franciscanen. Daar werkte hij nog vol ijver in de tuin en vervaardigde kaarsen voor het altaar.

Kerkbrand veroorzaakt door soldeerbout Leonardus van Breemen.

Stukje koperen geschiedenis rond de grote kerkbrand terug in de Antonius Abt in Terheijden
TERHEIJDEN – Bijna honderd jaar geleden veroorzaakte het een grote brand. Vanaf vandaag is het stukje koperen geschiedenis weer terug in de Antonius Abtkerk. Léon Krijnen (neef van mij, zoon van mijn peetoom Lou Krijnen) overhandigt de soldeerbout die hij van zijn pleegopa kreeg aan Stichting behoud de Antonius Abt Terheijden. ‘Stukje geschiedenis dat bij de kerk hoort.’

Hoewel flink dof, is het stuk historisch gereedschap nog volledig intact. De op benzine gestookte soldeerbout kreeg Krijnen in handen via zijn pleegopa, de Terheijdense loodgieter Leo van Breemen. ,,Hij had tot medio jaren vijftig een loodgieterij in de Raadhuisstraat. Later bij het opruimen van zijn schuurtje, heb ik de bout meegenomen.”

Dat er aan de soldeerbout een verhitte geschiedenis zit, wist Krijnen al. Hij had het er weleens met zijn pleegopa over, maar wat er nou precies gebeurd was op die donderdag 26 oktober 1922, werd nooit helemaal duidelijk. ,,Hij praatte er om begrijpelijke redenen niet graag over. De verhalen op familieverjaardagen en in kranten spraken elkaar bovendien ook behoorlijk tegen. Dus ben ik me er zelf in gaan verdiepen.”

Scheurtjes
Het meest waarschijnlijke scenario is dat de 18-jarige knecht die dag werkzaamheden op het dak verrichtte. Het lood werd met de vlam uit de op benzine gestookte soldeerbout gesmolten en met een loodlepel over scheurtjes en zwakke plekken in de goten en de dakbedekking gegoten. Op enig moment ontstond er brand.

De schade was aanzienlijk, weet ook Eline Kimmel van Stichting behoud de Antonius Abt Terheijden. “De daken waren volledig afgebrand. Eigenlijk stonden alleen de buitenmuren er nog. Wel bleek het een relatief langzame brand, want de heilige voorwerpen zijn wel uit de kerk gehaald.”

Na elf maanden was het godshuis door inzet van gemeentebestuur en lokale architecten overigens alweer herbouwd.

Zo zijn er natuurlijk tal van interessante verhalen. Slechts enkele zijn hier vermeld en voor mij is het een uitdaging om deze te achterhalen. Iedereen heeft in de familie bijzondere gebeurtenissen of erg leuke of trieste verhalen. Ik blijf geïnteresseerd en u kunt reageren en mij úw verhaal over deze familie’s sturen.

Nog eentje dan……

Jan Rovers geboren in 1938 is in 1970 gescheiden. Hij is naar Noorwegen uitgeweken en gaan samenwonen met een hele invloedrijke Noorse vrouw: Liv Garhoff , die een jaar of 12 ouder was. Ze was een jaar of 65 toen ze ongeveer in 1985 overleed: zelfmoord in een tehuis waar ze was opgenomen, ivm depressieve gevoelens; ze kon niet tegen het ouder worden. Na dit gebeuren werden haar stukken gedoneerd aan het museum van Noorwegen in Oslo!

Ga verder naar de volgende pagina: Niets dan goeds over de doden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Angelmay